Sectorplan Senioren 2010-2012
Sectorplan 2010-20112 (SENIOREN)Versie 6 2
Inhoudsopgave
Inleiding ……………………………………………………………………….……………..….. p. 3
Strategie 1. Externe Analyse …………………………………………………………………..…….. p. 4
1.1 Trends en ontwikkelingen in de sector
1.2 Kenmerken van de sector (markt)
1.3 Marktaandeel, segmentaandeel en ontwikkeling
1.4 Behoeften van leden en niet-leden
1.5 Concurrenten in de sector
1.6 Conclusie externe analyse
2. Interne Analyse ……………………………………………………………………….... p. 10
2.1 Ledenontwikkeling, aangeboden diensten en ledentevredenheid
2.2 Sterkte en zwakke punten van de CBB-dienstverlening
2.3 Conclusie interne analyse
3. Samenvatting huidige situatie en strategie......................................................... p. 14
3.1 SWOT analyse
3.2 Confrontatiematrix
3.3 Strategische keuzes en doelstellingen
Inleiding
1. Doel:
Keer op keer blijkt dat organisaties die de vaardigheid hebben om te kunnen anticiperen op externe ontwikkelingen succesvoller zijn dan concurrenten. Het vermogen om hier flexibel op in te springen door vernieuwing in de dienstverlening toe te passen versterkt deze succeskans verder. De strategische en operationele plannen van CBB ABVAKABO FNV hebben dan ook als doel om met de dienstverlening structureel invulling te kunnen geven aan behoeften van leden en potentiële leden.
Als uitgangspunt voor de sectorplannen zijn dit jaar drie topthema's opgesteld:
•arbeidsvoorwaarden, werkzekerheid en koopkracht
•regie over eigen werkleven
•kwaliteit van jóuw werk in de publieke sector
De sectorplannen zullen de basis vormen voor de doelstellingsgesprekken in december en het toekennen van het CBB budget. Daarnaast dienen ze om in de toekomst de effectiviteit van de verschillende CBB activiteiten te kunnen beoordelen. Tevens kun je ze gebruiken voor discussie binnen de team overleggen, zodat bestuurders binnen een sector van elkaar kunnen leren, monitoren hoe ver de vordering is op de gestelde doelen en kunnen bijsturen waar nodig. Daarbij is het operationele deel van het sectorplan dusdanig opgesteld dat ze als basis dient voor de kwartaalrapportages, wat dubbele documentatie overbodig maakt.
Maar het maken van plannen is niet alleen bedoeld als stuur- en evaluatie middel. Door jaarlijks serieus werk te maken van de operationele invulling van onze plannen kunnen we een groot deel van onze werkzaamheden vooraf inplannen en uitdenken. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om nieuwe ideeën, activiteiten, diensten en producten te bedenken die onze dienstverlening aan de leden kunnen verbeteren. Hierdoor kunnen we ook een groot gedeelte van de activiteiten en resources (geld- en mensuren) vooraf inschatten, waardoor de flexibiliteit ontstaat om snel en adequaat in te spelen op de niet planbare gebeurtenissen en activiteiten.
2. Voor wie?
Het sectorplan is bestemd voor:
Dagelijks Bestuur, MT AKF, CBB management, eigen sectorteam, de sectorbesturen, de
sectorraden, Marketing Communicatie, Expertgroep en ondersteunende diensten.
3. Door wie?
Het sectorplan is uitgewerkt door sectorteam in samenwerking met de expertgroep en
marketeers en de ondersteuning van het stafbureau CBB.
De eindverantwoordelijkheid van dit plan ligt bij de sectortrekker. Tijdens de totstandkoming
van dit plan zijn de overige bestuurders in de sector op enkele momenten betrokken.
•Voor een check op de volledigheid van het overzicht ontwikkelingen in sector en per CAO
•Voor het toetsen van draagvlak voor de strategische uitgangspunten
•Voor de inbreng van creativiteit in het bedenken van nieuwe activiteiten en het
plannen van de reguliere activiteiten.
1. Externe analyse: in welke externe omgeving moet de sector opereren?
1.1 Trends en ontwikkelingen in de sector senioren
De groep senioren wordt de komende jaren door de vergrijzing steeds groter, de vergrijzing gaat door en zal versnellen. In 2025 is ruim 20 procent van de inwoners ouder dan 65 jaar. In de grote steden neemt de groep allochtone senioren migranten sterk toe. Vaak hebben zij vanwege buitenlandse jaren te maken met een AOW gat met als gevolg een laag inkomen na het 65ste jaar.
Verder zal er in de toekomst sprake zijn van een stijging van de groep alleenstaande ouderen. Vooral bij vrouwen leidt dit tot armoede, omdat zij in het verleden als gevolg van echtscheiding of zorgtaken vaak geen of weinig pensioenrechten hebben opgebouwd. De groep werkende armen waaronder veel laag betaalde senioren zal überhaupt toenemen. De kloof tussen rijke ouderen met een goed pensioen en senioren met een laag inkomen zal groeien. Het thema koopkracht voor senioren c.q. de indexering van de aanvullende pensioenen en koppeling van de AOW blijft dan ook van groot belang. Als gevolg van de vergrijzing zal de leeftijd van de beroepsbevolking stijgen. We kunnen aannemen dat werknemers langer doorwerken en meer gebruik zullen maken van deeltijdpensioen.
De krimp van de bevolking in de periferie van Nederland leidt tot een verslechtering van het voorzieningen niveau voor ouderen. Dit leidt weer tot isolatie en vereenzaming van ouderen. Verder wordt een groeiende behoefte aan specifieke woningen voor ouderen verwacht. Ook op het gebied van bepaalde wetgevingstrajecten verwachten wij ontwikkelingen met gevolgen voor senioren. Hierbij valt te denken aan de AOW, AWBZ of de WMO.
De AOW leeftijd zal waarschijnlijk flexibiliseren en de uitkering verder worden gefiscaliseerd. De discussie over de intergenerationele solidariteit zal de komende jaren verder intensiveren
Mede als gevolg van de groei van het aantal ouderen en bezuinigingsdoelstellingen vanuit de overheid, worden de Zorg thema’s (bijv. als het gaat om de financierbaarheid, kwaliteit, wachtlijsten en een dreigende tweedeling) nog belangrijker.
Creatieve werkvormen, arbeidsrelaties en nieuwere samenlevingsvormen zullen ontstaan om de krapte op de arbeidsmarkt in algemene zin en het gebrek (mantel) zorg in het bijzonder,op te vullen.
