Bondscongres en de belangrijke keuzen
Onze keuzen voor een bondsbestuur.
In de afgelopen maanden is helder geworden welke mensen kandidaat zijn voor het dagelijks bestuur van onze bond en welke mensen zich kandidaat hebben gesteld voor het onbezoldigde gedeelte van het bondsbestuur. Het afdelingsbestuur Rotterdam Rijnmond, heeft na diverse (kader)leden bijeenkomsten en samen met de onze congresdelegatiedelegatie hierover een discussie gevoerd. Wie krijgt de steun van een vertegenwoordiging van de afdeling en waarom.
Extern op orde of te weinig en in de verkeerde richting?
De bond zit in een defensieve positie. Op allerlei manieren worden de werkgelegenheid en de arbeidsvoorwaarden van de mensen die wij organiseren bedreigd. Daaraan is natuurlijk niemand schuldig. Maar het gaat om het antwoord.
Twee kwesties staan daarbij centraal: marktwerking en de aanval op de AOW.
Als eerste is de marktwerking te ver doorgeschoten, hoewel deze soms niet tegen te houden lijkt, maar het zittend dagelijks bestuur van de bond heeft te weinig gedaan om hierop een antwoord te formuleren. Officieel is de bond tegen marktwerking, maar dit blijft zo een inhoudsloze kreet. Hoe kunnen en moeten sectoren dan wel georganiseerd worden en zo efficient mogelijk werken en hoe kunnen onze leden kwalitatief aantrekkelijk werk krijgen. De bond heeft hierin onvoldoende positie gekozen. Er ligt misschien wel een SER rapport wat kritisch is over marktwerking maar wat wij willen komt nergens tot uiting. Er zijn binnen kadergroepen wel gesprekken op gang gebracht maar te laat en te weinig. Steun zoeken voor onze positie is ook te veel nagelaten. Dus op dit punt zijn we ontevreden over de bereikte resultaten.
De tweede kwestie is de aanval op de AOW. We moeten constateren dat het de FNV en daarmee ook ons dagelijks bestuur niet gelukt is, de discussie over de inrichting van de AOW te winnen. Er is te veel aandacht besteed om elkaar te overtuigen van de te zetten stappen en te weinig om de publieke discussie te winnen. Het dagelijks bestuur heeft zich te veel opgesloten in de uitkomsten van de federatieraad van de FNV.
Tijdens de discussie bijeenkomsten van afgelopen maand hierover in de aanloop naar het Bondscongres, verdedigt het huidig bestuur zijn eigen opstelling zonder ook intern zelfkritiek uit te oefenen. Dat geeft geen vertrouwen in de toekomst. De bijdragen van de andere/tegen kandidaten bieden in ieder geval hoop. Natuurlijk geven de andere/tegen kandidaten geen garantie voor succes. Ook zij hebben te maken met maatschappelijke omstandigheden, ook zij hebben te maken met de opstelling van de andere bonden.
Intern op orde of voldoende stappen gezet in de afgelopen periode?
Het huidig bondsbestuur heeft gelijk door te stellen dat modernisering bitter noodzakelijk is. We vinden onvoldoende aansluiting bij nieuwe leden en allerlei interne processen zijn niet op orde. Maar is er verbetering opgetreden?
De omvorming van de CBB (Collectieve Belangen Behartiging) waardoor bestuurders op branches werk toebedeeld krijgen is een verstandige stap. De versplintering was wel erg groot. Ook de keuze meer mensen in te zetten voor bepaalde sectoren is verstandig geweest. De vraag is echter, functioneert dit nu goed? De Abvakabo FNV kent vele overlegorganen en die zijn weinig flexibel en ontoegankelijk. Een probleem wat al jaren speelt. Er zijn nu eindelijk voorstellen voor een verandering.
De keuze voor centrale marketing leidt tot verwaarlozing van het aanwezig zijn op de werkvloer. Het nu omhelzen van organising (kost wel heel veel werkkracht en bestuurders per bedrijf) is bovendien een te eenvoudige oplossing. We hebben niet overal geld voor, keuzen moeten worden gemaakt. Voor de komende periode is hierin geen verbetering in de voorstellen waar te nemen.
We constateren dat we veel kaderleden zijn kwijt geraakt, onvoldoende weten welke kaderleden we hebben en bovendien zijn er te weinig mogelijkheden kaderleden te betrekken en invloed te geven.
Het communiceren met en het samenbrengen van kaderleden in regio's is met te weinig aandacht gedaan. De moeizame organisatie van de AOW-acties brachten dit schrijnend aan het licht. Afstemming in de richting die de bond op wil gaan (geformuleerd door de bondsraad in samenwerking met het bondsbestuur) lukt niet. In de voorstellen worden hiervoor geen oplossingen aangedragen.
Een moderne interne administratieve organisatie was en is een noodzakelijk voorwaarde om de gaten op te vullen en om de samenhang op regio niveau gestalte te geven. De ledenadministratie per afdeling is nog steeds van een onvoldoende kwaliteit. Het dagelijks bestuur heeft die verbeteringsbelofte tot op heden niet waargemaakt.
Ook de werkwijze van van twee andere onderdelen, IBB (Individuele Belangen Behartiging) en verenigingsondersteuning is voor kritiek vatbaar. Wij horen betere berichten over de toegankelijkheid van de individuele belangenbehartiging. Maar daar is wel veel en misschien te veel fout gegaan. Samenhang en informatieuitwisseling met de bestuurders uit de collectieve lijn is nog steeds niet op orde.
In september heeft het dagelijks bestuur ons steun aangeboden om onze afdeling beter te laten functioneren. Het is nu mei van het volgend jaar en hoe triest het ook is, deze steun is nog te beperkt vorm gegeven. Dus ook hier worden de toezeggingen niet nagekomen. De bereidheid van het dagelijks bestuur is er wel, maar zij zijn niet bij machte om de benodigde processen vanuit de werkorganisatie te begeleiden.
Richtingenstrijd?
In de NRC heeft een groot artikel gestaan over de richtingenstrijd binnen de bonden. Poldermodel of actiegericht, dat leek de te maken keuze. Verzilveren van je kracht als bond moet in allerlei overlegsituaties gedaan worden, dus buiten polderen kun je niet. Als er geen eigen positie uitgewerkt wordt, dan helpt polderen niet.
Vakbonden zijn een massaorganisatie of willen dat graag zijn. De organisatiegraad is te laag en we weten het belang van de bond onvoldoende voor het voetlicht te krijgen. Het element een massabeweging te moeten en te willen zijn krijgt in het artikel veel te weinig aandacht. Actiegericht of polderen is dan een te eenvoudige analyse. Aan deze vraag komt het bondsbestuur in zijn voorstellen onvoldoende toe.
Welke richting?De afdeling kan via de bondsraad zijn meningen en voorstellen kwijt. Een andere inrichting van de bondsraad en het onbezoldigd deel van het bondsbestuur is noodzakelijk en onomstreden. De voorstellen voor verenigingsvernieuwing zijn opgesteld door mensen vanuit verschillende stromingen in onze bond. Dat werkt verenigend. Het huidig bondsbestuur heeft deze weg te weinig en te laat gekozen.
Dit bondsbestuur heeft het verenigen van de bond door een goede samenwerking met de bondsraad te weinig vorm gegeven. Natuurlijk als er twee twisten hebben er twee schuld maar het bondsbestuur is en blijft verantwoordelijk.
In de discussies over de kandidaten voor het bezoldigd deel van het bondsbestuur zijn de verschillen in posities redelijk helder geworden. Het zittend bondsbestuur geeft zich wel rekenschap met de veranderende wereld, alleen wij herkennen ons niet in hun ideeen daarover. In dit stuk hebben we getracht dit helder te maken.
Het is tijd voor nieuwe mensen.
