KOOPKRACHT DAALT SNEL
Inleiding.
Uitgangspunt, wat mij betreft, zijn de huidige economische en politieke verhoudingen waar de koopkracht van de bevolking van afhankelijk is.
Om deze verhoudingen te schetsen is een beoordeling van de huidige situatie noodzakelijk.
Waar eerst door mij werd gesproken over de term armoede, is n.a.v. een discussie in onze UG groep het gebruik van Koopkracht conferentie tot een betere omschrijving gekozen.
Inhoudelijk voorstel voor een werkconferentie over de koopkracht.
Inleiding.
Uitgangspunt, wat mij betreft, zijn de huidige economische en politieke verhoudingen waar de koopkracht van de bevolking van afhankelijk is.
Om deze verhoudingen te schetsen is een beoordeling van de huidige situatie noodzakelijk.
Waar eerst door mij werd gesproken over de term armoede, is n.a.v. een discussie in onze UG groep het gebruik van de term “ Koopkracht Conferentie” voor een betere omschrijving gekozen.
De stand van zaken
De vakbeweging (overigens niet alle bonden) zitten op de lijn van gematigde en geleide loonontwikkeling.
Dit beleid kan, onder bepaalde economische omstandigheden, tijdelijk, de bestaanszekerheid van de werkende en niet werkende bevolking beschermen tegen daling van koopkracht en armoede.
In die zin zijn de Nederlandse verhoudingen volstrekt anders dan b.v.Amerikaanse, waar de “vrije markt economie” bij een crisis zeer ernstige gevolgen heeft voor met name en als eerste de arme kant van de samenleving.
Het ontbreken van een sociaal vangnet heeft voor miljoenen desastreuze gevolgen.
De Nederlandse economie ontwikkeld zich in dezelfde richting.
Met name de crisis in financiële sector zorgt voor het verdwijnen van duizenden banen.
Ook het verplaatsen van bedrijven naar de lage lonen landen zal dit effect versterken.zoals te zien is bij de Pindakaas van Unilever.
De onvrede, zowel bij de werkenden als de niet werkenden, groeit i.v.m. de afname van de koopkracht en dit niet alleen in Nederland.
In België wordt serieus werk gemaakt van koopkracht maatregelen zoals het verlagen van de BTW op energie en de stookolie subsidies.
Nu wordt beweerd dat Nederland nauwelijks last van de crisis zal hebben.
Deze inschatting berust op “kennis en wetenschap” gebaseerd op het magisch onderzoek van het inwendige van een kip en wordt met name door politici geuit.
Economen en onze volprezen bankdirecteur Nout Welling denken daar toch anders over.
Reeds in 2000 werd in de Lissabon akkoorden maatregelen voorgesteld de economische positie van Europa te versterken.
Hierbij werd de concurrentie positie van Europa t.o.v. Amerika en de opkomende economieën als China en India als uitgangspunt genomen.
De voorgestelde maatregelen hebben nu al ingrijpende gevolgen gehad waarbij de vermindering van de koopkracht voor miljoenen (ook in andere landen) een feit is.
Het versoberen c.q. afbreken van delen van de sociale zekerheid (WAO, WW. Glijden binnen een paar jaar af naar bijstand) zijn reeds in Nederland doorgevoerd en:
De volgende kwesties komen er nog aan.
Het verder verkorten van de WW.
Strafkortingen voor mensen die zogenaamd niet willen werken.
Het afschaffen van de bijstand voor mensen onder de 27 jaar.
Het verlengen van de arbeidsduur.
Geen Cao en geen pensioen voor mensen die gedwongen met een inkomen op bijstand niveau tewerk worden gesteld. (Work First)
Het afschaffen dan wel verslechteren van de ontslagbescherming.
De gehele WMO operatie.(bezuinigingen en massa ontslagen bij de thuiszorg en andere voorzieningen)
Het wijzigen van het begrip passende arbeid in de WW.
Het invoeren van een flexecurity wetgeving in samenhang met de ontslagbescherming.
Of deze zaken doorgaan zal in belangrijke mate afhangen van de opstelling van de vakbeweging.
Op één punt heeft de FNV haar poot tot nu toe stijf gehouden en wel het Flitsontslag.
Vast staat dat deze maatregelen een verdere daling van de koopkracht met zich mee brengt.
Het front van matigen wordt doorbroken
De Politiebonden zijn, de uit het verleden ontstane afspraken van matigen aan het doorbreken.
De afspraken tussen regeringen en vakbeweging vóór een gematigde en geleide loonontwikkeling.houden dan ook geen stand.
Ook in onderwijsland ontstaat een situatie waarbij forse loonontwikkeling aan de orde is.
Om twee totaal verschillende redenen overigens.
Bij de politie vanwege koopkracht, de zwaarte en het risicovolle werk, en in het onderwijs vanwege de ontoelaatbare krapte op de arbeidsmarkt. (aantrekkelijkheid van het beroep groter maken)
Hierbij speelt met name het verminderen van de werkdruk.
Wat hebben uitkeringsgerechtigden hiermee te maken.
Met de loonstrijd van werkende alles. Immers, de sociale uitkeringen zijn gekoppeld aan de loonontwikkeling.
Hoewel dit geen automatisme is (naast de koppelingswet bestaat er een ontkoppelingswet, die vanaf half jaren 90 is gehanteerd) is elke verhoging van het inkomen voor werkenden aan de onderkant van essentieel belang.
Dat de verhoging van het minimum loon door deze regering met 1,39% voor dit jaar een minachting voor de bevolking is zal duidelijk zijn.
Uit de armoede nota 2007 blijkt het fenomeen van de “Working Poor”opnieuw aandacht te krijgen.(minimum loners en deeltijd arbeid)
Uit dezelfde nota blijkt ook hoe hardnekkig de armoede aan de onderkant dan wel de arme kant van de samenleving is.
Ook het NIBUD toont aan dat de koopkracht compensatie volstrekt onvoldoende is.
Tal van werkgelegenheid initiatieven hebben tot nu toe tot niets noemenswaardigs geleid.
Projecten als “Work First” zijn een schande voor onze samenleving.
Niet vanwege het aanzetten tot en het doen van werk maar méér vanwege de arbeidsverhoudingen, het inkomen en het toestaan van grove uitbuiting.
Hierbij wordt feitelijk terug gegrepen op situaties van honderd jaar geleden dan wel de DUW projecten in de jaren 30.
Hoewel geen sprake is van een dergelijke economische crisis zijn de armoede verschijnselen en de maatregelen hiertegen wel te vergelijken.
Concreet.
Laten we ervan uitgaan dat de insteek van de FNV m.b.t.haar initiatieven omtrent de werkgelegenheid vraagstukken juist is, en dat initiatieven om samen met UWV en CWI actie te ondernemen de werkloosheid terug te dringen te verwelkomen zijn.
Toch zal de FNV eisen moeten stellen aan het hebben van een fatsoenlijke baan voor een fatsoenlijk inkomen.
Mijn werkervaring is in ieder geval dat de “melkert regeling”een fatsoenlijk middel hiervoor was.
Hiermee wil ik tevens aangeven dat het gezegde van de FNV, “werken moet lonen” concreet in de praktijk moet worden gebracht waarmee ook een situatie wordt geschapen dat het weer nuttig en nodig is lid te zijn en te worden van een vakbond.
Bij veel uitkering gerechtigden zit nog rek in het besteedbaar inkomen, maar bij veel méér is de rek er al lang uit.
Het betreft met name de koopkracht van de bijstands trekkers, de (afgeschatte) WAOers en veel ouderen zonder aanvullend pensioen en de minimum loners
Koopkracht; een diffuus begrip.
Nuttig is om te onderzoeken wat de concrete besteedbare mogelijkheden zijn waarbij huur en andere woonlasten, verzekeringen enz. onontkoombare uitgaven zijn die niet overal gelijk zijn, maar ook nauwelijks te beïnvloeden zijn.
Ook zijn de ondersteunende maatregelen bij gemeenten verschillend.
Uit een wirwar van financiële (moderne liefdadigheid) mogelijkheden bij gemeenten en rijk moet een beeld ontstaan wat de zuivere koopkracht van de Ugers is.
Na een dergelijk onderzoek en inventarisatie kan ook over een herstel van de koopkracht worden besproken binnen de vakbeweging.
Belangrijk hierbij is om onderzoek te doen naar de systematiek van de indexering van de inflatie, prijsstijgingen en hoe en met wat het boodschappenmandje wordt gevuld.
Dat een verhoging van het minimum loon met 20 % niet ter discussie komt heeft naar mijn mening niet uitsluitend loonpolitieke redenen.
Het dringt blijkbaar nog niet door dat met 75 Euro per week een gezin niet te onderhouden is.
En maakt u niet ongerust, met wat meer koopkracht zullen geen nieuwe auto’s of flatscreens worden aangeschaft.
Resumé
Mijn voorstel is een brede werkgroep: bestaande uit Ugers van alle bonden, de “Arme Kant van Nederland”, “de Sociale Alliantie” WAO platforms, Ouderen org. Enz.
Taken zijn:
1. Inventariseren wat werkelijk aan koopkracht wordt gemist.
2. Een FNV actieplan voor het herstel van de koopkracht gerelateerd aan de uitgangspunten van het CBS en CPB
3. Een strategie voor het verwezenlijken van het actieplan.
Uiteraard is dit niet compleet.
Den Haag 4-02-08 Krijn Hamelink