Het Nederlandse tussenjaar ‘68
In het oog sprong de schoorvoetende emancipatie van de vrouw.
Sinds 1957 werd de gehuwde vrouw bij wet ‘wilsbekwaam’geacht, waarmee werd bedoeld dat getrouwde vrouwen niet voor elke transactie de handtekening van hun man nodig hadden. In 1968 werd het volgende stapje gezet.
De Tweede Kamer schrapte in het Burgerlijk Wetboek de bepaling dat de man het ‘hoofd der echtvereniging is’. Het gezin zou voortaan door twee personen worden geleid.
In mei 1968 werd de eerste vrouwelijke raadsheer in de Hoge Raad geïnstalleerd: mej. Mr. Minkenhof, zoals de ongehuwde vrouw toen nog consequent werd aangeduid. In 1971 zou het kabinet-De Jong ook een einde maken aan de strafbaarheid van voorbehoedsmiddelengebruik, het onderscheid tussen heteroseksuele en homoseksuele ontucht en de ‘grote leugen’als reden voor echtscheiding – tot die tijd moesten echtelieden voorwenden dat er overspel was gepleegd als ze hun huwelijk wilden ontbinden.
Voor de goede orde:
in de praktijk waren man en vrouw nog helemaal niet gelijkwaardig. De lonen voor vrouwen waren onbeschaamd veel lager en de belastingtarieven juist hoger. De oprichting van de feministische actiegroep Man Vrouw Maatschappij kwam in oktober 1968 dus niet als een verrassing. Het nu veel bekendere Dolle Mina zou pas anderhalf jaar later de barricaden betreden.
Tot zover het artikel. Lees het hele artikel op
www.NRC.nl