brief 2de kamer inzake bursalen
Amsterdam, 28 februari 2011
Betreft: Voorgestelde wetswijziging inzake bursalenstelsel
Geachte Kamerleden,
Recent heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hernieuwde belangstelling getoond voor de invoering van een bursalenstelsel voor promotieonderzoek aan de Nederlandse universiteiten. In deze brief willen we uitleggen waarom de invoering van een bursalenstelsel niet zal leiden tot de beoogde kostenreductie en slecht is voor de kwaliteit van het promotieonderzoek. Tegelijk bieden wij een aantal alternatieven die juist door verbetering en behoud van het huidige stelsel de waarde van promovendi voor de arbeidsmarkt zal vergroten.
In de kabinetsreactie op het rapport van de commissie-Veerman van 7 februari 2011 wordt de voorkeur van de Nederlandse universiteiten (VSNU) aangehaald voor de invoering van een bursalenstelsel. Daarvoor zal nieuwe wetgeving nodig zijn. De commissie-Veerman zelf pleit echter nergens voor de vervanging van het huidige promovendusstelsel voor een bursalenstelsel. En dat is niet voor niets: invoering van een bursalenstelsel zal niet leiden tot een goedkoper stelsel, terwijl het de Nederlandse kenniseconomie wel zal schaden.
De belangrijkste argumenten om niet tot een bursaalstelsel over te gaan zijn:
Nederland zal niet tot de top 5 kenniseconomieիn ter wereld gaan behoren;
Jong Nederlands talent stroomt weg naar het buitenland;
Nederlandse universiteiten zakken in de rankings, alleen al omdat publicaties van de bursaal niet mee tellen in de output van universiteiten;
Het streven van het kabinet om kwaliteit van wetenschappelijk onderwijs te verbeteren met Օonderwijs dat samenhangt met onderzoek en dat ёresearch based is zal niet worden gehaald;
Het huidige promotiestelsel (the Dutch Approach) is efficint, internationaal
hoog aangeschreven en zeer concurrerend;
Het bursalenstel is niet goedkoper;
Օ Het bursalenstelsel is in strijd met het arbeidsrecht: ook een wetswijziging zal niet verhinderen dat het arbeidsrecht de werkzaamheden van een bursaal tot arbeid zal verklaren.
Een bursaal mag geen onderwijs of ander Օwerk uitvoeren, dit zal duur moeten worden ingekocht;
ѕ De Kamer en de minister spraken zich nog in 2008 uit tegen het bursalenstelsel;
Vijftien jaar experimenteren met het bursalenstelsel heeft tot niets geleid en maakt het een hoofdpijndossier;
Invoering van het bursalenstelsel is daarom een heilloze weg en gedoemd te mislukken.
Ons alternatief: versterk binnen het huidige promotiestelsel de positie van de promovendus als hoogwaardige kenniswerker die naast excellente onderzoekskwaliteiten voor de arbeidsmarkt en maatschappij over tal van transferable skills, onderwijs- en taalvaardigheden beschikt.
Met deze brief pakken wij, net als het kabinet, de handschoen op en beargumenteren we hoe binnen het huidige promovendistelsel voldoende ruimte is om tot de top-5 kenniseconomien te behoren, met behoud van de hoge kwaliteit van onderwijs en onderzoek die past bij de vraag van arbeidsmarkt en samenleving.
Hiertoe presenteren wij concrete voorstellen om het huidige promovendusstelsel meer in lijn te brengen met de eisen die de samenleving (in de wens tot valorisatie) stelt, met een pleidooi om de kwaliteiten, werkzaamheden, eindproducten en vaardigheden duidelijker te kwalificeren. Bovendien maken wij duidelijk dat een bursalenstelsel niet goedkoper of efficinter is en leidt tot ongewenste resultaten.
Bursalenstelsel hoofdpijndossier
De veertien jaren (1995-2009) waarin de universiteiten tevergeefs hebben geprobeerd een bursalenstelsel in te voeren maakten van het bursalenstelsel een hoofdpijndossier, waaraan een wetswijziging niets zal veranderen. Eerdere experimenten van Nederlandse universiteiten met de invoering van een bursalenstelsel zijn op een mislukking uitgelopen. Vanwege tegenvallende resultaten besloten de meeste universiteiten zelf om geen bursalen meer aan te stellen. Vervolgens werden universiteiten teruggefloten door uitspraken in meerdere rechtszaken. Rechtbanken stelden Ֆ tot de Hoge Raad aan toe dat het schrijven van een proefschrift bijdraagt aan het primaire doel van de universiteit. Daarmee is de aard van de aanstelling van bursalen aan universiteiten altijd een van productieve activiteit en daarmee arbeid.
De (her)introductie van een bursalenstelsel is daarmee onuitvoerbaar, omdat zij botst met het Nederlandse arbeids- en belastingrecht. Niet voor niets sprak vrijwel de gehele Kamer zich december 2008 nog uit tegen invoering van het Bursalenstelsel, wat de minister van Onderwijs toen zag als ֑ondersteuning van mijn beleid. Bovendien staan de tegenvallende resultaten die eerdere proefnemingen met bursaalpromovendi opleverden zeker geen experiment op nationale schaal toe.
De promovendus als werknemer: de kracht van de Dutch Approach
Promovendi verrichten volwaardig werk. Dit wordt door de universiteiten erkend wanneer zij spreken over het leveren van hoogwaardige resultaten en het verstevigen van ёde positie van onderzoekers op de arbeidsmarkt door het verstevigen van opleidingselementen in promotieprojecten. ґDe kwaliteit van de Nederlandse onderzoeksopleiding is hoog en dat is voor een belangrijk
deel te danken aan de onderzoeksscholen en het aio-stelsel, aldus de minister van Onderwijs in 2005. Promovendi verrichten vernieuwend onderzoek, publiceren monografie n en artikelen in bundels en in de toonaangevende tijdschriften, voeren redactiewerk, geven onderwijs, en organiseren workshops en conferenties. Dat kan alleen in een volwaardige arbeidsrelatie, met een behoorlijke beloning en de sociale regelingen die bij het werknemerschap horen.
Nederlandse promovendi behoren tot de top van de internationale onderzoekswereld. In vergelijking met het buitenland valt Nederland op door veel en hoogwaardige publicaties, de internationale orientatie van promovendi, bijdrage aan het onderwijs en het hoge promotierendement.
Internationaal toonaangevend en efficient
In vergelijking met omliggende landen is de Nederlandse promovendus buitengewoon effici˫nt. Niet alleen levert de promovendus een belangrijke bijdrage aan de rankings van de Nederlandse universiteiten iets wat bij de bursaal niet mogelijk is hij bereikt zijn doctorsbul ook nog eens in een veel snellere tijd. Uit internationaal onderzoek blijkt dat juist de bursalenstelsels minder efficient zijn. Slechts enkelen ronden hun promotie binnen de gestelde tijd af. De financile situatie van promovendi speelt daarin een grote rol. Deeltijdpromoties worden in Groot-Brittanni֫˫ door de onderzoekers als een high-risk venture gekwalificeerd, slechts een op de drie deeltijdpromovendi slaagt erin binnen zes jaar zijn proefschrift in te leveren.
De gemiddelde duur van een promotie bewijst de efficiԩntie van het huidige Nederlandse promotiestelsel. Bedroeg de gemiddelde promotieduur in 2002 al slechts 5,2 jaar, in 200 liep de gemiddelde promotieduur zelfs terug tot 4,9 jaar. Let wel: deze cijfers zijn inclusief buitenpromovendi, deeltijdaanstellingen, maar juist exclusief promoties die binnen twee jaar worden afgerond, waardoor het cijfer in werkelijkheid zelfs lager dan 4,9 jaar ligt.
Niet voor niets staakten veel universiteiten hun pogingen om bursalen aan te stellen. Zoals het hoofd Personeelzaken van de VU in 1998 constateerde: We hadden verwacht dat bursalen hun proefschrift sneller zouden voltooien. Maar dat zit er niet in. We zijn nog niet zo ver, maar ik geloof dat geen enkele bursaal binnen vier jaar promoveert.Ӕ In de praktijk moesten de faculteiten juist jaren extra beurs toekennen (wachtgeld is in het promovendusstelsel niet mogelijk).
Internationale vergelijking gemiddelde promotieduur
Land Gemiddelde promotieduur
Nederland 4,9 jaar
Duitsland 5,75
Belgi Geen cijfers, AAP aanstelling 6 jaar
Zweden 5 jaar
Finland 9 jaar
Verenigde Staten 7,5 jaar (van bachelor tot dr.)
Rendement loopt al 25 jaar terug, was in 1978 nog 6,3 jaar.
Groot-Brittanni 36% promoveert binnen gestelde termijn
71% (van de full-time aanstellingen) slaagt binnen 7 jaar.
Australi뫫 36,1% promoveert binnen 4 jaar
56,1% promoveert binnen 10 jaar
Het bursalenstelsel: de promovendus als student
Met de invoering van het bursalenstelsel zal de promovendus worden teruggebracht tot een student. Dat is niet alleen slecht voor het aanzien van promovendi, maar sluit vooral ook niet aan bij het streven van Nederlandse universiteiten om te investeren in jong talent en deze voor Nederland te behouden. Het aantrekken en behouden van jong talent voor de wetenschap is een van de belangrijkste opgaven waar universiteiten in de komende jaren voor staan, zo schrijft de VSNU terecht.
De invoering van een bursalenstelsel zal averechts werken. In 2010 bedroeg het gemiddelde startsalaris van een afgestudeerde woer Ҁ 2632. De promovendus, meestal ook een starter op de arbeidsmarkt, haalt dit niet. De hoogste loonschaal van een promovendus, die pas in het vierde jaar wordt bereikt, is 2612 euro. Zelfs in het huidige systeem verdienen promovendi dus al minder dan de gemiddelde afgestudeerde woer. Een bursalenstelsel maakt promoveren financieel gezien nog onaantrekkelijker, want zelfs na een promotie verdient een gepromoveerde gemiddeld niet beter dan iemand met een mastertitel.
Universiteiten denken er nu over om de beurs van bursalen gelijk te stellen aan een uitwonende beurs van reguliere studenten. Daarmee maken universiteiten het zichzelf onmogelijk om het benodigde (internationaal) talent binnen te halen.
Het bursalenstelsel als braindrain
Wanneer het bursalenstelsel wordt ingevoerd, is er voor Nederlands toptalent weinig reden om loyaal te blijven aan Nederlandse universiteiten en onderzoeksinstellingen. Veel liever zullen zij meedingen naar doctoraalplaatsen aan de buitenlandse topuniversiteiten.
Tegelijk zal dit leiden tot een relatieve toename van juist de minder talentvolle promovendi uit het buitenland in plaats van internationaal toptalent. De promovendioverleggen krijgen nu al wekelijks mailtjes uit Afrikaanse landen, Rusland, Iran en Oost-Europa van studenten die graag in Nederland als bursaal aan de slag willen. Het niveau van het Engels van deze mails is meestal bedroevend, maar deze landen staan dan ook geen van alle in de top-100 van Universiteit Rankings.
Het inzetten van minder gekwalificeerde bursalen uit het buitenland zal het Nederlandse onderzoeksklimaat niet ten goede komen. Na het behalen van hun doctorstitel verdwijnen deze bursalen met de verworven kennis veelal weer terug naar hun geboorteland. Verder is het bursalen niet toegestaan onderwijs te verzorgen voor studenten als dat met de slechte taalbeheersing van zowel Engels als Nederlands ּberhaupt al mogelijk zou zijn.
Nederland valt terug in de rankings en kennis verdwijnt naar het buitenland
Het bursalenstelsel is ook slecht voor de universiteiten zelf. Van de schaarse output is de bursaal de enige eigenaar van het intellectueel eigendom. Hierdoor worden publicaties niet op de publicatielijsten van de universiteiten vermeld en zal de kennis bij het vertrekken van de bursaal ook uit Nederland verdwijnen.
Bovendien is het bursalenstelsel enorm inefficint doordat het voor bursalen niet mogelijk is mee te draaien둒 in bestaande onderzoeksgroepen. Het meedoen van bursalen in onderzoekgroepen maakt van de bursaal namelijk een werknemer, zo besliste de rechter. De bursaal is dan immers niet langer onderdeel van het wetenschappelijk personeel en staat nadrukkelijk buiten de instituutsverbanden. Niet alleen kruisbestuiving met collegas gaat hierdoor verloren. Dit maakt volwaardig onderzoek onmogelijk, want de bursaal heeft geen andere rechten op materiaal dan de student. Wie kwaliteit op een koopje wil, ziet dat terug in de resultaten. Juist de Dutch Approach zorgt voor de hoge kwaliteit, productie en internationale ranking van het Nederlands universitair bestel.
Bursalenstelsel = niet goedkoper
Een belangrijk argument voor de invoering van het bursalenstelsel, de hoop van Nederlandse universitaire bestuurders dat het bursalenstelsel goedkoper zal blijken te zijn, is een onbewezen stelling. De kwalitatief hoogwaardige werknemer die zich naast onderzoek inzet voor al die werkzaamheden die de academie laten draaien, wordt ingeruild voor een promotiestudent die kostbaar onderwijs zal eisen en zich alleen zal richten op zijn eigen onderzoek. Om aan de werkgeversrelatie te ontkomen zal bovendien de promotiebonus van 90.000 euro moeten worden afgeschaft. Daarnaast zullen de universiteiten niet aan sociale lasten voor bursalen ontkomen. Reguliere studenten hebben immers ook nu al toegang tot fondsen voor ziekte en zwangerschap.
In een bursalenstelsel zullen de universiteiten er niet aan ontkomen om juist (duurdere) contracten af te sluiten voor het geven onderwijs en het begeleiden van studenten. Met de verwachte groeiende toestroom van meer studenten zal dit alleen maar kostbaarder worden. Bovendien zal dan een belangrijk onderdeel van het kabinetsbeleid niet gehaald worden. Het kabinet onderschrijft immers in haar reactie op de commissie-Veerman de gedachte dat ґde essentie van wetenschappelijk onderwijs is academisch onderwijs dat samenhangt met onderzoek en dat de kwaliteit ervan ґonder druk staat. Daarom bepleit het kabinet ґkleinschaliger onderwijs en onderwijs dat meer research based is. Dit onderwijs wordt nu grotendeels gegeven door promovendi die het niet alleen verbinden met hun onderzoek, maar vanuit hun onderzoeksinteresse hier bovendien gemotiveerd les over geven.
Ook het redigeren van journals, organiseren van workshops en congressen en dergelijke activiteiten zullen telkens met tijdelijke contracten moeten worden bekostigd. Deze onoverzichtelijke reeks kostenposten, die ongezien worden afgewenteld op de universitaire organisatie, zullen de kosten van het bursalenstelsel alleen maar opdrijven.
Hoe dan wel? De promovendus als hoogwaardige kenniswerker
Als Nederland haar ambitie om tot de top-5 kenniseconomieҫn te behoren wil waarmaken en als de Nederlandse universiteiten willen investeren in jong talent, dan zullen promovendi werknemers van de universiteit moeten blijven. Verder zien we andere mogelijkheden om deze ambities te verwezenlijken. Wij pleiten ervoor de promovendus te zien als hoogwaardige en ambitieuze jonge kenniswerkers. Veel promovendi stromen na hun werk aan universiteiten uit naar andere sectoren waar zij veel actuele kennis en nieuwe ideen meenemen. Een promovendus investeert niet alleen in zichzelf maar ook in Nederlands toekomst.
Promovendi hebben veel te bieden, meer dan de reeds bekende excellente onderzoeks- en onderwijskwaliteiten. Nederlandse promovendi zijn tijdens en na hun promotie aantrekkelijk vanwege hun persoonlijke effectiviteit, sociale en communicatieve vaardigheden, leiderschaps- en presentatiekwaliteiten. Ook cultureel bewustzijn, wetenschappelijke integriteit en ondernemerschap zijn themas die steeds belangrijker worden voor promovendi.
Al deze transferable skills kunnen verder worden ontwikkeld in een promotietraject waarin de promovendus als hoogwaardige kenniswerkers worden benaderd. De promovendus zal na het behalen van zijn doctorsbul beter herkenbaar worden als goed gekwalificeerde werknemer en kunnen zorgen voor een kwaliteitsimpuls in bedrijfsleven, overheid of maatschappelijke organisaties.
De promovendus als de onderwijzer
Maar liefst 81,9% van de huidige promovendi geeft onderwijs aan studenten op zowel Bachelor- als Masterniveau. Gezien de kabinetsambitie om het academisch profiel van het wetenschappelijk en voortgezet onderwijs te verhogen ligt het voor de hand om de onderwijservaring van jonge academici te stimuleren. Het huidige promotiestelsel, waarin promovendi als volwaardige werknemers onderzoeks- en onderwijstaken verrichten, biedt daarvoor uitgelezen mogelijkheden.
Wij stellen voor het huidige stelsel juist een stap verder te brengen. Slechts 10% van de promovendi wordt voor het geven onderwijs voorbereid en universiteiten stimuleren dit nog te weinig. Door de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) kunnen de didactische kwaliteit van promovendi worden verbeterd. Daarbij zou de BKO de status moeten krijgen van 1e of 2e graadsbevoegheid voor het voortgezet onderwijs (eventueel middels een zeer korte kopstudie). Zo leveren gepromoveerde onderzoekers een betekenisvolle bijdrage aan het oplossen van het lerarentekort en aan de vraag om meer academici in het voortgezet- en hoger beroepsonderwijs.
De mogelijkheden zijn enorm. Bijna een derde van de promovendi is ge뒯nteresseerd in het leveren van bijdragen aan het voorgezet onderwijs, speciaal voor scholen of leerlingen in achterstandssituaties. Nu al geeft 14% aan een loopbaan in het voortgezet onderwijs te overwegen. Het gelijkstellen van de BKO tot een lesbevoegdheid zal dit percentage verhogen, omdat een (deeltijds)aanstelling aan het voortgezet onderwijs zonder extra diplomas en studie te halen is. Het bursalenstelsel zou deze mogelijkheden blokkeren.
De voordelen van de dr.-factor voor arbeidsmarkt en maatschappij.
Promovendi zijn nu al geliefd op de arbeidsmarkt, maar de vaardigheden die zij hebben opgedaan in de universiteit kunnen op eenvoudige wijze beter worden gekwalificeerd zodat hun opleidingen en onderzoeksvaardigheden nog duidelijk worden voor arbeidsmarkt en maatschappij.
Doordat promovendi veelvuldig in vreemde talen publiceren, presenteren en discussiҫren op internationale conferenties zal hun taalvaardigheid makkelijk zijn vast te stellen als het hoogste niveau (C2) van het Europass Taalpaspoort. Een dergelijk certificaat zou als diplomasupplementӔ standaardonderdeel van de doctorsbul moeten worden.
Andere zaken die naast de lerarengraad gekwalificeerd, en daarmee gevaloriseerd, kunnen worden zijn naast de onderzoeksvaardigheden, zaken als tijdmanagement, presentatievaardigheden, (wetenschappelijke) integriteit en ondernemerschap. Dit zijn allemaal zaken die de gepromoveerde promovendus tot een waardevolle werknemer voor bedrijven, overheid en andere organisaties maakt.
Snoeien om te groeien: De hoge kosten van gedoeђ: bezuinig op overhead
Dat de invoering van een bursalenstelsel geen kostenreductie met zich mee zal brengen, betekent niet dat op de hoge kosten van het huidige stelsel niets te verminderen valt. In de regeringsverklaring van het kabinet-Rutte stelde de premier de ruimte voor vakmanschap in de publieke sector centraal. Dit houdt in dat ook promovendi verlost moet worden van overbodige en onzinnige regels en proceduresђ en de overhead.
In 2010 bedroeg het gemiddelde startsalaris van een afgestudeerde wo’er 2632. De promovendus, meestal ook een starter op de arbeidsmarkt, haalt dit niet. De hoogste loonschaal van een promovendus is � 2612 euro. Bovendien weten we uit onderzoek dat nu al 75% van de aios overwerkt. Deze brief is nadrukkelijk geen pleidooi voor een salarisverhoging, maar deze cijfers geven nog maar eens aan dat promovendi veel leveren, voor minimale kosten. De hoogte van die kosten zit althans niet in het salaris van de promovendi.
Wel worden promovendi Җ net als ander wetenschappelijk personeel steeds vaker geconfronteerd met onevenredig hoge kosten van ondersteunende diensten en overbodige bestuurslagen. Zo is het aandeel van ondersteunend personeel (OBP) ten opzichte van onderwijzend en wetenschappelijk personeel (WP) in de laatste jaren alleen maar toegenomen, en bedraagt nu al 43% (OBP)/ 57% (WP). En de recente invoering van de Graduate Schools bijvoorbeeld heeft nog een managementlaag aan universiteiten toegevoegd, tot nog toe zonder veel op te leveren, omdat ze nauwelijks tot geen onderwijs of onderzoek aanbieden. En dat terwijl de promovendus toch al niet te klagen had over verschillende beheerslagen: de organisatie van onderzoek en onderwijs is vaak gesplitst, waardoor promovendi te maken hebben met de faculteit, het onderzoeksinstituut en het onderwijsinstituut, en nu dus ook met de graduate school.
Al met al lijkt ons de overstap naar het bursalenstelsel een heilloze weg die de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs niet zal versterken. Kies daarom voor kwaliteit en effici֫ntie, behoud de Dutch Approach.
Deze brief lichten wij graag toe in een persoonlijk gesprek.
Hoogachtend,
Namens,
De Nederlandse promovendiorganisaties:
EPAR, Erasmus Universiteit Rotterdam,
LEO, Universiteit Leiden
Grasp!, Rijksuniversiteit Groningen
P-NUT, Universiteit Twente
PON, Radboud Universiteit Nijmegen
PromooD, Technische Universiteit Delft
PromoVE, Technische Universiteit Eindhoven
PrOUt, Universiteit Utrecht
ProVU, Vrije Universiteit Amsterdam
ProVUM, Universiteit Maastricht
TOP, Universiteit Tilburg
UvAPro, Universiteit van Amsterdam
WPC, Wageningen Universiteit
Landelijke promovendivertegenwoordiging:
Promovendi Netwerk Nederland (PNN)
De promovendi van morgen:
Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)
Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)
Contact:
Matthias van Rossum (ProVU) Sjoerd Keulen (UvAPro)
06 - 307 14 772 06 - 449 98 395
